Mogelijk gemaakt door Blogger.

vrijdag 17 april 2015

Climbing Kawah Ijen, East Java, Indonesia


WEDNESDAY 15 APRIL

22.00h Leaving Pemuteran and Bali with guide Ketut to the ferry at Gilimanuk. 

22.45h Embarking the ferry to Java. Enjoying some onboard Indonesian karaoke while being looked at like monkeys in a zoo. 

23.00h (Java time) Arrival at Banyuwangi, Java. Picked up by 4X4. Drive to hotel. 

23.30h Arrival at hotel. Drop off luggage. Wait in lobby to leave to the volcano. 

THURSDAY 16 APRIL

01.00h Leaving for crazy ride up the mountain to the starting point of the trek. 

02.00h Arrival at starting point. Entry to the volcano is closed due to too dangerous toxic gases. We hear we won't be able to go and see the wonderous Blue Fire. Apparently two workers died earlier this week. (Workers take 50kg to 80kg of blocks of sulphur out of the crater to a weighing station down the mountain).

03.00h Gates open anyway, access to Blue Fire is supposedly safe. Start hiking the remaining 3km up the 2799m high volcano. 

04.30h We reach the rim of Ijen and start descending into the crater on a steep and quite hazardous path that the 200 miners who work in this highly toxic area for €4 to €6 a day use twice daily. This is the worst, most backbreaking and dangerous job we've ever seen and it's hard to actually wittness in person things like this still being very much part of our world. (Apparently the sulpher is used mainly for the cosmetic industry).



05.15h The Blue Fire (ignited sulphuric gas) is indeed pretty special. We are able to go quite close to the up to 5m high flames, the biggest ones in the world. 


05.30h The wind suddenly changes direction and blows the sulphuric gases straight in our direction. Although we are wearing masks, breathing becomes almost impossible, we start coughing, our eyes hurt and for a split second we honestly think we're going to die. Everyone down there, 50 people or so, starts to flee up the crater rim again in a somewhat blind panic. We loose each other in the chaos. 


06.15h Reunited up the rim again. Glad to be alive. All of a sudden it becomes light and we see the incredible landscape we're standing in slowly unfolding before our eyes.










06.30h The sun is out and the volcanoes, the gigantic, highly acidic crater lake and the surrounding mountains are very visible and we can't believe what we're seeing. Maybe also because we're feeling a little light in our heads due to the lack of sleep and the physical challenges. 



07.00h After admiring the views for a while and seeing the sun do her magic, we descend again to the basecamp where our driver is waiting for us. 


07.30h Along the way we are being asked several times to pose with some Asian girls ("for my collection"). We never thought of ourselves as models before, but there seems to be a market here. Maybe we should start asking money for this. 

08.00h The drive back down to the hotel, first through lovely rice fields and then the busy streets of Banyuwangi, starts. We're having a hard time staying awake. 

09.00h Check-in at the hotel but we have to wait another 3 hours before the room is ready. Luckily we're offered breakfast and a seat by the pool in the meanwhile. 

12.00h CRASH

donderdag 16 april 2015

Christchurch (NZ) >>> Brisbane (AUS) >>> Bali (INDO)

Het begon wat herfstig te worden in Christchurch en het winteruur werd ingezet. Hoog tijd dus om warmere oorden op te zoeken. En of we die vonden. 

Na een achttal uur in een vliegende koelbox (en een tussenstop in Brisbane) werden we al van bij de landing in Bali (rond middernacht) meteen op smelttemperatuur gebracht. En dat was niet het enige contrast met de afgelopen vijf maanden. Bali is zo'n veertig keer kleiner als Nieuw-Zeeland, maar het telt ongeveer even veel inwoners (en dat is exclusief toeristen). Zoiets valt al snel op. In het verkeer bijvoorbeeld. Hoe de wetgeving hier exact in elkaar zit, weten we niet, maar het lijkt erop dat de belangrijkste verkeersregel is: alles mag, zolang je je medeweggebruikers maar op de hoogte brengt van je manoeuvres door veelvuldig te klaxonneren. 

Nog een paar vaststellingen:

- Wie verkoeling zoekt, is beter af met een koude douche, dan zee of zwembad, want die zijn van net geen badwatertemperatuur.

- Wie naar Bali komt voor een vastenkuur is eraan voor de moeite. Het moet maar allemaal niet zo verrukkelijk en goedkoop zijn! En dan hangt zowat iedere boom ook nog eens vol met de meest exotische (al dan niet onbekende) vruchten. Voorlopige favorieten: mangosteen en snakeskin fruit. Absoluut weerzinwekkend is dan weer de durian (de favoriet van iedere Indonesiër). Denk: gekarameliseerde stinkvoetenmarsepeinkaas, met gemak te ruiken vanop 50 meter afstand.

- Het boek en de gelijknamige film Eat, Pray, Love hebben hun effect op het lokale toerisme niet gemist: te merken aan de bosjes (veelal Amerikaanse) toeristes die hier in sneltreinvaart spirituele verlichting én de man van hun dromen hopen te ontmoeten.

- Touroperators en hotelwebsites vallen over de superlatieven om Bali als een overvloedige tuin van Eden voor te stellen, maar het zijn vooral de rijke Westerse toeristen (en tweedeverblijvers) die hier in een illusie van oneindige weelde leven. Het overvloedige afval op veel stranden of rijstvelden die droog komen te liggen, omdat het water naar de omliggende hotels gaat, zijn net iets minder idyllisch.

Onze tocht door Bali:

- Sanur: niet onterecht bijgenaamd "Snore", maar ideaal om te bekomen van de vlucht en het verschil in temperatuur en cultuur. En met een geweldige Annelies Moons die twee dagen ons pad kruiste. 

- Ubud: de twee parallelle werelden in Bali werden ons voor het eerst duidelijk: die voor de locals en die voor de toeristen. We hebben er nog steeds een dubbel gevoel bij. Maar er waren ook biologische eetgelegenheden, interessante ontmoetingen, apen, idyllische rijstvelden en een algemene relaxte sfeer.

- Mount Batukaru: in een bergdorp waar het aantal toeristen op één hand geteld kan worden, werden we ondergedompeld in de (overheerlijke) traditionele Balinese keuken, het dorpsleven en de betekenis van al die tempels en goden die de Hindu's kennen. Dat allemaal verblijvend in een traditionele bungalow tussen de koffieplanten. Dankuwel Airbnb!

- Pemuteran: lekker doods dorp (al zal dat in juli en augustus wel anders zijn) aan de noordkust van Bali met fenomenale snorkelmogelijkheden. Nemo's en honderden andere onwaarschijnlijke schepsels bewonen er de koraalriffen. Dit is de snorkelhemel! 

Van Pemuteran nemen we de ferry richting Java om er tempels en steden te bezoeken en twee vulkanen te beklimmen. Maar daarover meer in de volgende blogpost!































































































 
Twitter Facebook Dribbble Tumblr Last FM Flickr Behance