Mogelijk gemaakt door Blogger.

zaterdag 16 mei 2015

It'll be good to recover from the chaos and noise of Indonesia, we told ourselves. And so we planned on staying in Singapore for five days. It was different alright.

For those who are not familiar with this tiny country that is actually just a big city; Singapore is a very wealthy and extremely clean island in the middle of not so wealthy and not so clean Southeast Asia. It gained independency some fifty years ago and since then it developed as a very western city.

The fact that it's so clean is thanks to some severe laws. Chewing gum is not sold anywhere. Littering costs you about S$1,000 plus community service. Smoking in public places can cost up to S$2,000. Spraying graffiti means getting caned.

Not flushed the toilet? Walked around your house naked? Crossed the road when there was no crossing? All reason enough to get seriously fined. But there's more. Gay relationships can end up in a two year jail term and dealing or trafficking drugs is good for the death penalty.

The upside of (some of) these crazy laws is that you get to walk around one of the cleanest cities on the planet. Not bad if you think there's 5.5 million people living on this island. Also social security, housing, finding a husband/wife, basically every aspect in life has been taken care of and is controlled by the government. Efficiency is the keyword here. It feels like this is what a country would look like if it was run by a CEO.

More craziness? On Orchard Road, the huge malls are already four floors underground, but due to the lack of space, Singapore is now working on a masterplan to build appartments underground. Already they have gained a whole lot of land from the sea to build the Gardens by the Bay and the gigantic, 200 meter high Marina Bay Sands Hotel, with the swimming pool and restaurant on top of its three towers.

And the people? Are they happy in their little bubble? No idea, because most of them were watching their little smartphone screens all the time. No one speaks to each other in the metro. In shops, restaurants and bars it's not necessary anymore to be friendly or to greet or to thank. We heard a lot of people talk about stress.

And indeed, walking through the CBD at lunch time, it very much felt like everyone was caught in a rat race without remembering what really matters in life. And the worst thing of all (and we only realize now we're in Thailand): no one smiles.

So although we thoroughly enjoyed our time in this little slice of hot and humid Asian West, we were equally glad to leave again, ready for the slightly more chaotic and slightly less clean, but much more vivid Bangkok. 



 























































































zondag 10 mei 2015

Medan - Bukit Lawang - Lake Toba - Medan

Nog wat meer idyllische foto's? Jazeker. Want met Bukit Lawang en Samosir Island in het kratermeer van Toba (het grootste zoetwatermeer van Zuidoost-Azië) kregen we opnieuw stukjes paradijs te zien. Maar om dat paradijs te betreden, moet je wel eerst door de hel.

De internationale luchthaven van Medan is een baken van gelikte Westerse moderniteit, met een echte autostrade die voor de deur vertrekt en  zelfs een treinstation vlak voor de aankomsthal. En wij maar lezen over de beruchte Sumatraanse wegen en het abominabel spoornetwerk. Dat die trein zo onregelmatig en duur is, dat een taxi sneller én goedkoper is, leren we pas later. Gelukkig hebben wij al een busje richting de jungle van Bukit Lawang. Moeten we ook al niet meer afrekenen met de zwerm mannetjes in de aankomsthal op jacht naar die enkele Westerlingen om hun chauffeurdiensten aan te slijten.

Nu, lang blijft de pret niet duren. Al snel houdt de autostrade op en worden we de dichtgeslibde verkeersaders van Medan ingepompt, de stofferige miljoenenstad die het verkeersinfarct nabij is. Tijd zat om door het raam te turen. Naar de aaneenschakeling winkeltjes die dezelfde felgekleurde plastic rommel verkopen, naar de rijen huizen die niet gestopt zijn bij de wc, maar ineens heel de buitengevel van bomma's badkamertegels hebben voorzien, naar de sporadische Indonesische mansion (denk huwelijkstaart met een krullerig hekwerk errond), de alomtegenwoordige sigarettenreclamepanelen, de handels in moskeebenodigdheden, inclusief kant en klare minaretkoepels.

Het verkeer dunt langzaam uit en de weg begint meer en meer putten te vertonen. De lintbebouwing verdwijnt en maakt plaats voor palmbomen. Velden vol, netjes in rijen op gelijke afstand van elkaar, zover het oog kan kijken. De komende uren rijden we tussen overvol geladen vrachtwagens met palmvruchten die af en aan rijden richting palmolieraffinaderij en ondertussen de weg nog een stukje meer beschadigen. 

Palmolie is big business in Sumatra. Vooral voor de buitenlandse bedrijven die de plantages bezitten, maar ook de lokale bevolking schakelt meer en meer over op het kweken van palmen. Want de woestijnbomen, oorspronkelijk uit het Midden-Oosten, doen het hier goed. Ze groeien als kool en vragen weinig onderhoud. Na dertig jaar is de bodem wel uitgeput en is het grondwater te diep gezakt, maar dat zijn problemen voor later.

Bukit Lawang, een jungledorp vol Jommeke-op-paradijseilandhuisjes aan de rivier tegenover een nationaal park, voelt dan ook aan als een ware oase. Drie dagen en twee nachten trekken we er de jungle in op zoek naar oerang-oetans (een van de vele slachtoffers van de palmplantages) om daarna op een gebricoleerd vlot van binnenbanden de rivier terug af te varen richting het dorp. Meteen een van de hoogtepunten van onze reis.

Maar dan trekken we weer weg uit de jungle en worden we op een busrit van acht uur opnieuw geconfronteerd met de realiteit. Urenlang razen we langs palmplantages, rubberplantages, het occasionele rijstveld en het mierennest van Medan om in een ander stukje paradijs terecht te komen: het dorpje Tuk Tuk op Samosir Island. En dat we daar dan bij een Belg terechtkomen die in een vorig leven bakker was en iedere ochtend verse broodjes en pistoletjes klaar heeft  kan ook geen kwaad.





































































 
Twitter Facebook Dribbble Tumblr Last FM Flickr Behance